Kwaliteit van leven neemt toe na haptotherapie

Kwaliteit van leven neemt toe na haptotherapie
Cliënten van haptotherapeuten geven aan dat zij door middel van haptotherapie meer in contact komen met hun lichaam. Hun klachten verminderen en daardoor neemt de kwaliteit van hun leven aanzienlijk toe.
Dit blijkt uit onderzoek van drie studenten klinische psychologie van de Universiteit Utrecht.
Zij deden onderzoek bij 69 therapeuten en 549 cliënten en constateren in het
rapport ‘Denken over voelen’, dat haptotherapie voor veel mensen een goed werkende
vorm van hulpverlening is.
Haptotherapie beoogt een eenheid tussen lichaam en gevoel te bewerkstelligen.
Haptotherapie is een relatief nieuwe vorm van hulpverlening. De Vereniging Van Haptotherapeuten wilde dan ook graag onderzoek laten verrichten onder haar
cliënten. Onderzocht is de tevredenheid over de gevolgde therapie, de meerwaarde van de therapie, welke cliënten zich bij een haptotherapeut aanmelden voor behandeling en het soort klachten waarmee men bij een haptotherapeut komt.
Tevreden
Uit het onderzoek blijkt dat 90 procent van de cliënten tevreden tot zeer tevreden is over de gevolgde behandeling.  Zij waren niet alleen tevreden, maar de therapie voldeed ook aan de
verwachtingen. Klachten verminderden of kregen een hanteerbare plaats in het leven van de cliënt. Zowel hoog-als laaggeschoolde mensen vinden hun weg naar de haptotherapie. Mannen en vrouwen met een gemiddelde leeftijd tussen de 30-50 jaar, maar ook kinderen komen als cliënt bij een haptotherapeut. Haptotherapie is dus toegankelijk voor vrijwel alle mensen.
Soort klachten
Het scala aan klachten waarvoor men een haptotherapeut bezoekt is zeer breed, van
echtscheiding tot botbreuk en alles daartussenin. Een drietal springt er evenwel uit, te weten
lichamelijke problemen, gevoelsleven en spanning.
Presentatie
Deze en andere resultaten van het onderzoek zijn te vinden in ‘Denken over voelen’,
een onderzoek naar de kenmerken van de cliënten van de Vereniging Van Haptotherapeuten.
Het rapport is geschreven door A.B. Th. van ‘t Hof, P. van Voorst, M.E. van Zoeien
Nederlof.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *